OOR met opiniestuk in het Financieele Dagblad

Wat de Rabobank onvoldoende inziet is dat juist in crisistijd grondbeginselen van coöperatief bankieren springlevend zijn
Nadat bekend werd dat Rabobank een torenhoge boete heeft gekregen voor pogingen tot het manipuleren van de Libor-rente, tuimelt heel Nederland over de bank heen. In een goede Nederlandse traditie schept men er genoegen in de bank met de grond gelijk te maken. Want was het niet de Rabobank die sinds de financiële crisis uitbrak beweerde dat zij anders was dan alle andere banken? Deze misplaatste arrogantie moet bestraft worden, zo is de teneur.
Geheel onbegrijpelijk is dat niet, omdat Rabobank de laatste jaren van de ene naar de andere crisis is gesneld: ingrepen van toezichthouders, openlijke ruzies in de top van de organisatie, de deconfiture van de wielerploeg, het verlies van de AAA-status en dan nu de Libor-affaire. Wat bij die affaires zeker niet geholpen heeft, is dat de betrokken bankbestuurders de fouten ontkenden, bagatelliseerden of afschoven onder het motto dat men er niet van wist. Dat deze handelwijze kwaad bloed heeft gezet, valt te begrijpen.
Niet alleen het bestuurlijk functioneren wordt kritisch bejegend, ook de coöperatieve uitgangspunten van de Rabobank moeten het momenteel nogal eens ontgelden. Diverse commentatoren wijzen erop dat deze tijden van crisis en verandering om een meer centralistische en strakke aansturing vragen. De problemen binnen de bank zouden veroorzaakt worden door een te grote zelfstandigheid van de lokale vestigingen en een veel te lakse aansturing. Het hoofdkantoor in Utrecht zou de teugels strakker dienen aan te halen, zo wordt gesteld.
Die redenering gaat op twee fronten mank. In de eerste plaats heeft het recente Libor-dossier nu juist betrekking op het niet-coöperatieve onderdeel van Rabobank, namelijk het internationale bedrijf waar een volstrekt andere cultuur heerste en misschien nog wel heerst, dan in het binnenlands bedrijf. Ten tweede worden oorzaak en gevolg door elkaar gehaald. Het is niet het coöperatief bankieren dat de oorzaak is van de problemen bij de bank, maar juist het veronachtzamen van de grondbeginselen en waarden van de coöperatie.
Want hoe kan het anders dat Rabobank in de wereldwijde financiële wereld nog altijd als een sterke bank wordt bestempeld? Die positie is in een periode van meer dan honderd jaar stap voor stap opgebouwd. Vanuit de overtuiging dat het samenwerken aan individuele belangen van leden en klanten (het ‘welbegrepen eigenbelang’) ook het belang van de groep en zelfs de lokale gemeenschap dient. Rabobank heeft dat generaties lang goed gedaan. Gekoppeld aan een van oudsher sobere bedrijfsvoering werd door de jaren heen aan een uiterst stabiele bank gebouwd; niet ‘sexy’, maar wel oerdegelijk en met gezond boerenverstand.
Het ging fout toen Rabobank deze simpele principes vanaf de jaren negentig uit het oog is verloren om mee te gaan met het ‘snelle’ bankieren van een op hol geslagen financiële wereld. Achteraf bezien moet je je afvragen of de bank hierin veel keus had. Het ligt in ieder geval gecompliceerder dan de verhalen over graaiende bankiers doen vermoeden. Klanten verwachtten en eisten van hun bank producten en voorwaarden die de concurrentie ook bood. Wat doe je dan als bankier? Als je beweert ‘middenin de samenleving’ te staan, zal je tot op zekere hoogte mee moeten bewegen; daarin had de bank weinig keus.
Wat Rabobank zichzelf wél kan verwijten is dat het morele kompas van de unieke coöperatieve waarden te veel naar de achtergrond is gedrongen. Klantcijfers tonen aan dat Rabobank haar vroegere uniciteit in snel tempo is kwijtgeraakt. Het is een inwisselbare bank geworden. Het traditioneel sterke punt van Rabobank, de lokale zichtbare aanwezigheid, is steeds meer uit beeld verdwenen.
Daarvoor in de plaats zijn virtuele bankvoorzieningen gekomen, vooral omdat klanten dat in deze tijd van hun bank verwachten. Als je daar niets aan toevoegt, doet de bank niet alleen zichzelf, maar ook haar klanten, leden en medewerkers tekort. Voordat je het weet is coöperatief bankieren niets meer dan een reclamespotje waarin Humberto Tan met gespeelde nieuwsgierigheid door het dorp banjert waar oervader Friedrich Wilhelm Raiffeisen (1818-1888) zijn eerste stappen op het gebied van coöperatief bankieren zette. Wat de bank onvoldoende heeft ingezien, is dat juist in tijden van crisis en dynamiek de grondbeginselen van het coöperatief bankieren springlevend zijn. Kijk naar alle initiatieven op het gebied van crowdfunding en crowdsourcing die om ons heen verrijzen.
De voorstanders van centrale en strakke aansturing zijn geneigd om zulke initiatieven als luchtfietserij af te doen. Dat is echter te makkelijk. Zo bewijst het Zweedse Handelsbanken, dat ook in Nederland actief is, dat je ook anno 2013 met een eenvoudige, consistente strategie en een paar begrijpelijke principes, tot een solide en zeer rendabele bank kunt uitgroeien.
En dat allemaal zonder strakke regie vanuit een hoofdkantoor, maar door dicht bij je markt te blijven. Als er één les is die Rabobank momenteel ter harte zou moeten nemen is het deze: ga te rade bij de principes die je ooit groot hebben gemaakt. Leer ervan en luister vooral niet naar heelmeesters die proberen je er net zo uit te laten zien als al die andere concurrenten.
Door: Ad van den Heuvel, Hans van der Loo en Mark Haans.
Reacties

Reageer

20 + 3 =